M’n hele leven ben ik al gefascineerd door zingende glazen. De ijle, hypnotiserende klank van gedraaid glas raakt iets diep in mij. Een paar keer was ik al begonnen met glazen verzamelen, maar steeds stokte het weer. 

Drie jaar geleden begon ik opnieuw.  Eindeloos kringloopwinkels af, op zoek naar het perfect klinkende glas.  Honderden heb ik er in huis, in alle soorten en maten. 

Het instrument ontstond langzaam, eindeloos uitproberen wat werkt en niet;  de glazen vast met lijm, klittenband, tie-raps, magneetjes, een klankkast eronder of toch juist niet… Bouwen, herbouwen, en steeds weer opnieuw beginnen. 

Mijn huidige glasorgel bestrijkt meer dan drie en een halve octaaf.  Het bestaat uit cognac-, wijn-, bier-, champagne- en port glazen, in totaal  42 stuks. Enkele glazen zijn kristal, maar de meeste zijn gewoon fabrieksglas. 

En ondertussen oefenen. Tienduizend keer hetzelfde loopje, ik vorder langzaam maar gestaag; Bach, Beatles, Brel… en bovenal: de Estlandse componist Arvo Part. Zijn vaak minimalistische muziek vind ik prachtig klinken op glas. Wat zou hij er zelf van vinden? Misschien moet ik hem opzoeken…